The ARCADIA***** Hotel
prologue
(The scullery. The MANAGER introduces CELIA to CORINNA, who is being guided round by him.)
proloog
(De spoelkeuken. De MANAGER stelt CELIA voor aan CORINNA, die door hem wordt rondgeleid.)
Manager
You that think Love can convey
No other way
But through the eyes into the heart
His fatal dart,
Close up those casements, and but hear
This Siren sing;
And on the wing
Of her sweet voice it shall appear
That Love can enter at the ear.

Then unveil your eyes: behold
The curious mould
Where that voice dwells; and, as we know
When the cocks crow,
We freely may
Gaze on the day,
So may you, when the music's done,
Awake and see the rising sun.

(Thomas Carew, 1594-1640)

Manager
U, die denkt dat liefde hier
Op geen manier
Het hart kan treffen met zijn boog
Dan door het oog,
Sluit die vensters, en 't zal blijken
Dat op de tonen
Van deze schone
Zoete stem, de liefde ook kan reiken
Naar 't hart, en 't ook zo kan doen bezwijken.

Dan ontsluier uw ogen, en aanschouw
De bijzondere vrouw
Waar die stem verwijlt; en, zoals we weten,
Dat we bij 't kreten,
Van de haan
Op mogen staan,
Zo mag u ontwaken als de muziek straks zwijgt,
En zien hoe de zon ten hemel stijgt.

(vert. Marcel Wick, ©2010.)

1.  Ah, fading Joy
(Celia)



Ah fading joy, how quickly art thou past?
Yet we thy ruin haste:
As if the cares of Humane life were few
We seek out new:
And follow Fate that does too fast pursue.

See how on every bough the Birds express
In the sweet notes their happiness.
They all enjoy, and nothing spare;
But on their Mother Nature lay their care:
Why then should Man, the Lord of all below
Such troubles seek to know
As none of all his Subjects undergo?

Hark, hark, the Waters fall, fall, fall;
And with a Murmuring sound
Dash, dash, upon the ground,
To gentle slumbers call.
(John Dryden, 1631-1700)




Corinna
(admiring CELIA)

A sweet disorder in the dress
Kindles in clothes a wantonness:
A Lawn about the shoulders thrown
Into a fine distraction:
An erring Lace, which here and there
Enthrals the Crimson Stomacher:
A Cuff neglectful, and thereby
Ribbands to flow confusedly:
A winning wave (deserving Note)
In the tempestuous petticoat:
A careless shoestring, in whose tie
I see a wilde civility:
Do more bewitch me, than when Art
Is too precise in every part.

(Robert Herrick, 1591-1674)
Corinna
(CELIA bewonderend)

Een kleed, dat juist haar frisheid krijgt
Als 't speels naar ordeloosheid neigt:
De nonchalance van een brutaal
Rond de hals geworpen sjaal:
Hier en daar een dwarrelend lint,
Waardoor het lijfje charme wint:
Verdwaalde kant rond, heel koket,
Een veronachtzaamde manchet:
Een wilde rok met (fijn accent)
Een lichtjes golvend passement:
Een schoen die, achteloos gestrikt,
Ondeugend door 't decorum prikt:
Betoveren meer, dan iets te veel
Perfectie in elk afzonderlijk deel.

(vert. Marcel Wick, ©2010.)



(CORINNA takes one of her rings from her finger, kisses it, and brings it to CELIA's lips, who takes it in her mouth.)

Fly to my mistress, pretty pilfering bee,
And say thou bring'st this honey bag from me:
When on her lip thou hast thy sweet dew placed,
Mark if her tongue but slyly steal a taste.
If so, we live; if not, with mournful hum
Toll forth my death; next, to my burial come.

(Robert Herrick, 1591-1674)

(CORINNA impatiently motions the MANAGER to leave.)

Show me thy feet; show me thy legs, thy thighs;
Show me those fleshy principalities;
Show me that hill where smiling love doth sit,
Having a living fountain under it;
Show me thy waist, then let me therewithal,
By the assention of thy lawn, see all.

(Robert Herrick, 1591-1674)

(They retire together)

(CORINNA schuift een ring naar de top van haar vinger, drukt er een kus op, en brengt die naar de lippen van CELIA, die ze in haar mond neemt.)

Vlieg naar mijn liefste, jij kleine ondeugende bij,
En zeg haar dat jij deze honing brengt van mij:
Als jij je zoete dauw hebt gelegd op haar lippen,
Let dan op of je haar tong er niet snel aan ziet tippen.
Zo ja, zal ik leven; zo niet, kom dan bij de bloemen
Die mijn graf zullen sieren je treurigste doodslied zoemen.

(vert. Marcel Wick, ©2010.)

(Ongeduldig gebaart CORINNA de MANAGER weg te gaan.)

Toon me je voeten; toon me je benen; je dijen;
Toon me die vlezige landerijen;
Toon me die heuvel waar de liefde lacht,
Met die levende fontein die daaronder wacht;
Toon me je middel; dan laat me, misschien,
Met de zegen van je linnen, alles zien.

(vert. Marcel Wick, ©2010.)

(Samen af)