The ARCADIA***** Hotel
2nd scene
(The lobby. Everything is being prepared for a do. The MANAGER has trapped CELIA in a corner and tries to fondle her.)

Manager

Know Celia, since thou art so proud,
'Twas I that gave thee thy renown;
Thou hadst, in the forgotten crowd
Of common beauties, lived unknown,
Had not my verse exhaled thy name,
And with it imp'd the wings of fame.
That killing power is none of thine,
I gave it to thy voice, and eyes;
Thy sweets, thy graces, all are mine;
Thou art my star, shin'st in my skies;
Then dart not from thy borrowed sphere
Lightning on him that fixed thee there.
Tempt me with such affrights no more,
Lest what I made, I uncreate;
Let fools thy mystic forms adore,
I'll know thee in thy mortal state;
Wise poets that wrapped Truth in tales,
Knew her themselves, through all her veils.

(Thomas Carew, 1594-1640)

2de bedrijf
(De lobby. Alles wordt klaargemaakt voor een ontvangst. De MANAGER heeft CELIA in een hoek gedrukt en probeert haar te bepotelen.)

Manager

Weet, Celia, hoogmoedig als je bent,
Dat ik jou je aanzien heb gegeven;
Jij was, in de massa die niemand kent
Een alledaagse schone gebleven,
Had niet mijn vers jouw naam verzucht,
en meegevoerd in hoge vlucht.
Hij is niet van jou, die moordende blik,
Ikzelf, ik gaf hem aan je oog;
Je bevallige gratie maakte ík:
Jouw ster straalt aan mijn hemelboog;
Werp dan niet vanuit die sfeer
Bliksem op hem, die je daar bracht, neer.
Probeer niet opnieuw me weer schrik aan te jagen,
Opdat, wat ik maakte, ik ongemoeid laat;
Je kunt dwazen met je mystieke vorm behagen
Ik zal je kennen in je sterfelijke staat;
Dichters, die de Waarheid verpakten in verzinsels
Kenden haar zelf, ondanks de omwindsels.

(vert. Marcel Wick, ©2010.)





(STREPHON intervenes, to CELIA's relief)

Strephon
Sitting alone, as one forsook,
Close by a silver-shedding brook,
With hands held up to love, I wept;
And after sorrows spent I slept:
Then in a vision I did see
A glorious form appear to me:
A virgin's face she had; her dress
Was like a sprightly Spartaness.
A silver bow, with green silk strung,
Down from her comely shoulders hung:
And as she stood, the wanton air
Dangled the ringlets of her hair.
Her legs were such Diana shows
When, tucked up, she a-hunting goes;
With buskins shortened to descry
The happy dawning of her thigh:
Which when I saw, I made access
To kiss that tempting nakedness:
But she forbade me with a wand
Of myrtle she had in her hand:

(to the MANAGER)
And, chiding me, said: Hence, remove,
Herrick, thou art too coarse to love.

(Robert Herrick, 1591-1674)

He escorts CELIA to the stage)

Let but thy voice engender with the string,
And angels will be born while thou dost sing.



(The doors are opened wide. Everyone makes way when CORINNA enters.)

(STREPHON komt tussenbeide, tot CELIA's opluchting)

Strephon
Alleen, als één die 't heeft opgegeven,
Dicht bij een beekje, met zilver doorweven,
Zat ik, de armen in liefde gespreid,
En viel wenend in slaap, moe van alle narigheid.
En slapend zag ik toen, in mijn dromen,
Een glorieuze gestalte tot mij komen:
Het gezicht van een maagd, en zulk een kleed,
Dat ze aan een Spartaanse denken deed.
Een zilveren boog, bespannen met zijde
Mocht langs haar prachtige schouder glijden:
En in de juichende wind, toen zij daar zo stond,
Dansten de krullen van haar in 't rond.
Haar benen getooid in het volle ornaat
Van Diana, wanneer ze uit jagen gaat;
De korte laars liet 't zicht juist nog vrij
Op de heerlijke dageraad van haar dij:
Die ik, toen ik ze zag, onmiddellijk tussen
Mijn vingers wou nemen om die naaktheid te kussen:
Hetgeen ze mij beslist verbood
Met de mirtestaf die haar hand omsloot:

(tegen de MANAGER)
Met vermanende stem zei ze: Herrick, wegwezen,
Jij bent veel te lelijk om mee te kezen!

(vert. Marcel Wick, ©2010.)

(hij begeleid CELIA naar het podium)

Laat slechts je stem zich vermengen met de snaren,
En terwijl je dan zingt, zul je engelen baren.



(De deuren gaan wijd open. Iedereen maakt plaats wanneer CORINNA binnenkomt.)

4. To the Queen, entertain'd at night by the Countess of Anglesey
(Celia)



Fair as unshaded Light, or as the Day
In its first birth, when all the Year was May;
Sweet as the Altars smoke, or as the new
Unfolded Bud, swell'd by the early dew;
Smooth, as the face of waters first appear'd,
Ere Tides began to strive, or Winds were heard:
Kind as the willing Saints, and calmer far,
Than in their sleeps forgiven Hermits are:
You that are more, than our discreeter fear
Dares praise, with such full Art, what make you here?

Here, where the summer is so little seen,
That leaves (her cheapest wealth) scarce reach at green,
You come, as if the silver planet were
Misled a while from her much injur'd Sphere,
And t'ease the travails of her beams to night,
In this small Lantern would contract her light.

(Sir William D'Avenant, 1606-1668)





(CLORIS pushes CELIA aside, and speaks into the microphone as if she were a master of ceremonies at a party)

Cloris
If when the sun at noon displays
His brighter rays,
Thou but appear,
He then, all pale with shame and fear,
Quencheth his light,
Hides his dark brow, flies from thy sight,
And grows more dim,
Compared to thee, than stars to him.
If thou but show thy face again,
When darkness doth at midnight reign,
The darkness flies, and light is hurl'd
Round about the silent world :
So as alike thou driv'st away
Both light and darkness, night and day.

(Thomas Carew, 1594-1640)
CLORIS duwt CELIA opzij, en gaat achter de microfoon staan als een ceremoniemeester op een bonte avond)

Cloris
Wanneer de zon zijn stralenkroon
Des middags toont
En U dan komt,
Staat hij door schaamte en angst verstomt
En dooft zijn licht,
Verbergt zijn voorhoofd, vlucht uit Uw zicht,
En, met U vergeleken,
Zal hij, meer dan een ster naast hemzelf, verbleken.
Wanneer U Uw gelaat weer toont
Als duisternis des nachts dan troont,
Dan vlucht het donker, en zal 't licht in stralen
Over de stille wereld dwalen;
Zo verdrijft U beiden met Uw luister:
De dag en de nacht; 't licht en 't duister.

(vert. Marcel Wick, ©2010)


previous page


next page