The ARCADIA***** Hotel
ACT I, scene 3
(The bar. The MANAGER, getting drunk.)
1ste BEDRIJF, 3e toneel
(De bar. De MANAGER bedrinkt zich.)
Manager
Thou gav'st me leave to kiss,
Thou gav'st me leave to woo;
Thou mad'st me think, by this
And that, thou lov'dst me too.

But I shall ne'er forget
How, for to make thee merry,
Thou mad'st me chop, but yet
Another snapped the cherry.

(Robert Herrick, 1691-1674)


Manager
Je liet je door me kussen,
Ik lag voor je geknield;
En geloofde ondertussen
Dat jij ook van mij hield.

Het was een van je grappen
Die 'k nooit zal vergeten:
Dat je mij naar koek liet happen,
Maar een ander hem liet eten.

(vert. Marcel Wick, ©2010.)


(enter STREPHON and ALEXIS)

Strephon
By heavens! 'Twas bravely done
First to attempt the chariot of the sun
And then to fall like Phaeton!

(John Wilmot, Earl of Rochester, 1647-1680

Alexis
Thus ends my love, but this doth grieve me most,
That so it ends, but that ends too, this yet,
Besides the wishes, hopes and time I lost,
Troubles my mind awhile, that I am set
Free, worse then denied: I can neither boast
Choice nor success, as my case is, nor get
Pardon from my self, that I loved not
A better mistress, or her worse; this debt
Only's her due, still, that she be forgot
Ere changed, lest I love none; this done, the taint
Of foul inconstancy is cleared at least
In me, there only rests but to unpaint
Her form in my mind, that so dispossessed
It be a temple, but without a saint.

(Edward, Lord Herbert of Cherbury, 1582-1648)

(STREPHON en ALEXIS komen binnen)

Strephon
Mijn God! 'T was zo dapper als 't maar kon:
Eerst grijpen naar de wagen van de zon
En dan vallen net als Phaëton.

(vert. Marcel Wick, ©2010.)

Alexis
Zo eindigt mijn liefde, maar dat het zo eindigen moet,
Grieft mij het meest; want naast de verlangens, de tijd,
En de hoop die 'k verloor, bezwaart 't mijn gemoed
Dat ik, meer dan afgewezen, ben bevrijd.
Ik kan me noch op keuze noch succes
Beroemen, en evenzeer ben ik vervuld
Van spijt, dat ik geen betere maîtresse
Heb bemind, of zij slechter; deze schuld
Is alleen de hare. Opdat zij wordt vergeten
Voor ik geen meer liefheb, en om de blaam
Van boze grilligheid gewist te weten,
Rest mij nog het bannen van haar naam
Uit mijn gedachten. Haar beeld sla ik kapot;
Zo wordt mijn geest een Tempel zonder God.

(vert. Marcel Wick, ©2010.)

Manager
Against the charms our bullocks have
How weak all human skill is!
Since they can make a man a slave
To such a bitch as Willis.

Whom that I may describe throughout,
Assist me bawdy powers:
I'll write upon a double clout,
And dip my pen in flowers.

Her look's demurely impudent,
Ungainly beautiful,
Her modesty is insolent,
Her mirth is pert and dull.

A prostitute of all the town,
And yet with no man friends,
She rails and scolds when she lies down,
And curses when she spends.

Bawdy in thoughts, precise in words,
Ill-natured, and a whore,
Her belly is a bag of turds,
And her cunt's a common shore.

(John Wilmot, Earl of Rochester, 1647-1680

Manager
Tegen de charmes van onze ballen
Hoe zwak toch onze wil is!
Dat zij een man kunnen laten vallen
Voor zo een teef als Willis.

Die ik zal schetsen uit de losse hand,
Geile krachten, kom:
Ik doop mijn pen in maandverband,
En schrijf op een tampon.

Haar uiterlijk is preuts en voos,
En onfatsoenlijk fraai,
Haar zedigheid is schaamteloos,
Haar vrolijkheid is saai.

Prostituee van heel de stad,
Bevriend met maar een paar,
Scheldend en tierend gaat ze plat,
En vloekend komt ze klaar.

Geil in gedachten, en rap met haar mond,
Kwaadaardig, en een slet,
Haar buik is een zak vol drollen en stront,
En haar kut een publiek toilet.

(vert. Marcel Wick, ©2010.)

Alexis
I will not love one minute more, I swear,
No, not a minute; not a sigh or tear
Thou get'st from me, or one kind look again,
Though thou shouldst court me to 't and wouldst begin.
I will not think of thee but as men do
Of debts and sins, and then I'll curse thee too:
For thy sake woman shall be now to me
Less welcome, than at midnight ghosts shall be:
I'll hate so perfectly, that it shall be
Treason to love that man that loves a she;
Nay, I will hate the very good, I swear,
That's in thy sex, because it doth lie there;
Their very virtue, grace, discourse, and wit,
And all for thee; what, wilt thou love me yet?

(Sir John Suckling, 1609-1642)

Alexis
'K zal geen minuut meer liefhebben, ik zweer,
Geen zucht, geen traan, nee, geen minuut meer
Gun ik je nog zelfs één blik, al vragen
Je lippen; proberen je ogen me uit te dagen.
'K zal voortaan aan je denken zoals mensen
Aan schuld en zonde, en dan ook jou verwensen:
Door jou is iedereen van jouw geslacht
Zo welkom als een geest om middernacht:
'K zal zo volmaakt haten, dat 't verraad zijn zou
Van die te houden die houdt van een vrouw;
Nee, zelfs het goede haten van je soort
Alleen omdat het ook jou toebehoort;
Hun deugd, gratie, hun verstand; en jij,
Jij draagt de schuld; wat, hou je nù van mij?

(vert. Marcel Wick, ©2010.)

Alexis and Manager
To my revenge and to her desperate fears
Fly, thou made bubble of my sighs and tears.
In the wild air when thou hast rolled about,
And, like a blasting planet, found her out,
Stoop, mount, pass by to take her eye, then glare
Like to a dreadful comet in the air:
Next, when thou dost perceive her fixed sight
For thy revenge to be most opposite,
Then, like a globe or ball of wild-fire, fly,
And break thyself in shivers on her eye.

(Robert Herrick, 1591-1674)

Alexis en Manager
Tot haar angst en haar wanhoop, en mijzelf tot wraak,
Vlieg, jij bel die 'k van mijn tranen maak.
Als je rond hebt gedoold door de woedende lucht
En haar als een verzengende planeet in je vlucht
Hebt ontdekt, dan stijg, en daal, scheer, en doe
Als een onheilskomeet; zuig haar blik naar je toe
En dan, als je merkt, dat nu haar gezicht
Als was het gevangen op jou is gericht
Dan vlieg, als een bol van Grieks vuur naar omhoog
En breek dan in scherven uiteen op haar oog.
(vert. Marcel Wick, ©2010.)

8. The Kingfisher
(Baritone)



So when the shadows laid asleep
From underneath these Banks do creep,
And on the river as it flows
With Eben shuts begin to close;
The modest halcyon comes in sight,
Flying betwixt the day and night;
And such an horror calm and dumb,
Admiring nature does benum.

The viscous air, wheres'ere she fly,
Follows and sucks her azure dye;
The gellying stream compacts below,
If it might fix her shadow so;
The stupid fishes hang, as plain
As flies in crystal overt'ane;
And men the silent scene assist,
Charm'd with the sapphire-winged mist.
(Andrew Marvell, 1621-1678)




previous page
next page