The ARCADIA***** Hotel
epilogue
(The bar. STREPHON, ALEXIS, CORYDON and the MANAGER are silently drinking. On TV, CLORIS presents the late night news, showing the fire brigade fishing CELIA's body out of a canal.)

epiloog
(De bar. STREPHON, ALEXIS, CORYDON en de MANAGER in stilte drinken. CLORIS presenteert het journaal op TV, waarin te zien is hoe de brandweer het lichaam van CELIA uit het kanaal vist.)

Cloris
(on TV)

After death nothing is, and nothing, death;
The utmost limit of a grasp of breath.
Let the ambitious zealot lay aside
His hopes of heaven, whose faith is but his pride;
Let slavish souls lay by their fear,
Nor be concerned which way or where
After this life they shall be hurled.
Dead we become the lumber of the world,
And to that mass of matter shall be swept
Where things destroyed with things unborn are kept.
Devouring time swallows us whole;
Impartial death confounds body and soul.
For Hell and the foul fiend that rules
God's everlasting fiery jails
(Devised by rogues, dreaded by fools).
With his grim, grisly dog that keeps the door,
Are senseless stories, idle tales.
Dreams, whimsies, and no more.

(John Wilmot, Earl of Rochester, 1647-1680)

Cloris
(op TV)

Na de dood is het niets, en het niets, dood;
De uiterste grens van een ademstoot.
Dat de trotse zeloot, wiens geloof slechts bestaat
uit ambitie, zijn hoop op de hemel varen laat;
Dat slaafse zielen hun vrees vergeten,
En niet het waarheen proberen te weten
Waar zij na dit leven naar toe zullen gaan.
Dood worden wij het afval van het bestaan,
En worden op die massa van stof gegooid
Waar 't vernietigde met 't ongeborene ligt verstrooid.
De verslindende tijd slokt ons op; geen verschil
Maakt de onpartijdige dood tussen lichaam en ziel.
Want de Hel en de onreine boze geest
Die aan 't hoofd van God's eeuwige kerker staat
(Een bedenksel van schurken, door dwazen gevreesd)
Met zijn gruwelijke hond die er waakt voor de poort,
Zijn domme vertelsels, onzinnig gepraat,
Dromen, verzinsels, niet meer dan een woord.
(vert. Marcel Wick, ©2010.)




Corydon
(staring in his glass)

Man is a watch, wound up at first, but never
Wound up again: once down, he's down for ever.
The watch once down, all motions then do cease;
And man's pulse stopp'd, all passions sleep in peace.

(Robert Herrick, 1591-1674)

Corydon
(starend in zijn glas)

De mens is een klok, slechts één maal opgewonden:
Staat hij stil, dan is 't voor alle stonden.
Als 't uurwerk stopt, stopt al 't bewegen mede,
En de hartstocht slaapt, na 't laatste slaan, in vrede.

(vert. Marcel Wick, ©2010.)

Strephon
(getting up to switch the TV off)

This Life, which seems so fair,
Is like a bubble blown up in the air
By sporting children's breath,
Who chase it everywhere
And strive who can most motion it bequeath.
And though it sometimes seem of its own might
And firm to hover in that empty height,
That only is because it is so light
But in that pomp it doth not long appear;
Like to an eye of gold to be fixed there,
For when 'tis most admired, in a thought,
Because it erst was nought, it turns to nought.

(William Drummond of Hawthorden, 1585-1649)

Strephon
(staat op om de TV uit te zetten)

Dit leven, dat zo mooi lijkt, is als een zucht
Geblazen tot een zeepbel, op de vlucht
Voor de adem van spelende kinderen,
Die het opjagen in de lucht
En proberen de vaart dan te stuwen, dan te minderen.
En hoewel het soms lijkt of dan in 't lege licht
Ze op eigen kracht als in lucht verdicht,
Of vast als een gouden oog daar zweeft,
Dan is 't alleen om haar geringe gewicht.
Maar die luister verdwijnt, die haar even omgeeft;
Wanneer men het 't meest bewonderd keert het, vlug
Als een gedachte, omdat het niets was, naar niets terug.

(vert. Marcel Wick, ©2010.)




Alexis
My comforts drop and melt away like snow:
I shake my head, and all the thoughts and ends,
Which my fierce youth did bandie, fall and flow
Like leaves about me, or like summer friends,
Flyes of estates and sunne-shine. But to all,
Who think me eager, hot, and undertaking,
But in my prosecutions slack and small;
As a young exhalation, newly waking,
Scorns his first bed of dirt, and means the sky;
But cooling by the way, grows pursie and slow,
And settling to a cloud, doth live and die
In that dark state of tears: to all, that so
Show me, and set me, I have one reply,
Which they that know the rest, know more than I.

(George Herbert, 1593-1633)

Alexis
Mijn troost drupt van me weg als sneeuw die smelt:
Ik schud mijn hoofd, en ieder doel, en al 't
Grootse waar 'k in mijn jeugd naar streefde valt
Als dood blad ruisend van me af, of snelt
Als zomervriendschap weg van tuin en zonneschijn.
Maar tot eenieder die me gretig vindt
En heet, maar in mijn streven traag en klein,
Zoals een ademzuchtje dat begint,
Zijn bed van stof bespot, en hoger streeft;
Maar door 't afkoelen kortademig en moe,
Zich nestelt op een wolk, en daar dan leeft
En sterft in die staat van tranen: Hoe
Men mij ook ziet, of voorstelt, mijn antwoord staat:
Meer dan ik weet hij, die weet wat komen gaat.

(vert. Marcel Wick, ©2010.)




15. Virtue
(Baritone)



Sweet day, so cool, so calm, so bright,
The bridal of the earth and sky:
The dew shall weep thy fall tonight;

For thou must die.

Sweet rose, whose hue angry and brave
Bids the rash gazer wipe his eye:
Thy root is ever in its grave,
And thou must die.

Sweet spring, full of sweet days and roses,
A box where sweets compacted lie;
My music shows ye have your closes,
And all must die.

Only a sweet and virtuous soul,
Like season'd timber, never gives;
But though the whole world turn to coal,
Then chiefly lives.
(George Herbert, 1593-1633)













previous page
next page